Wat eraan vooraf ging (deel 2) (English version below)

Grond is duur in ons dichtbevolkte kikkerlandje. Erg duur. Vooral bouwgrond. Maar ik heb natuurlijk vooral agrarische grond nodig. Tenslotte wil ik een moestuin en kippen. Misschien een paar ganzen en wellicht ook nog eens een koe, maar je snapt wel wat ik bedoel. Ja, en een klein huisje voor ons samen. Dat hoeft toch allemaal niet zoveel te kosten? ‘Misschien moet je eens kijken naar een boerderijtje in de buurt’, zo zeiden mensen die ik van mijn plannen vertelde. En dus ging ik op zoek.
Door Alex de Jong
Even buiten Kampen vond ik een prachtige plek; omzoomd door bomen, dus al meteen mooi afgeschermd. Pal langs de weg richting Wezep, net voor de fruitteler. Op het erf van circa zes- tot zevenduizend vierkante meter een vervallen boerderij met diverse bijgebouwen.
Lange gras
Ik ging er op een zonnige zondagmiddag op de fiets naartoe, negeerde de bordjes met ‘verboden toegang’, duwde het hek iets opzij en wandelde over het overgroeide erf. Destijds was de boerderij weliswaar vervallen, maar nog niet afgebrand, zoals een half jaar later. Ik maakte er foto’s, struikelde over het terrein waar het lange gras mijn voeten greep, en probeerde me voor te stellen hoe ik hier diverse plotjes van duizend vierkante meter zou kunnen maken en hoe er daardoor meerdere mensen hier een plekje zouden kunnen vinden.

Zelfvoorzienende plek
Tenslotte was één ding me al wel duidelijk geworden: mijn plan voor een zelfvoorzienende plek zou wel eens haalbaarder kunnen worden wanneer meerdere gezinnen/stellen zouden willen participeren. Dus stelde ik mij zo voor dat iedereen een eigen huis (chalet?) heeft, een eigen stuk grond voor eigen dieren en groente, maar dat we samen andere zaken konden delen. Er zou ook een schuur moeten komen met één of twee wasmachines. Want waarom zouden we allemaal een eigen wasmachine willen als je die ook kunt delen? Ook zag ik voor me hoe we in die schuur diverse gereedschappen zouden kunnen hebben. Voor en van iedereen. Als gemeenschap.
Geen commune!
Nee, ik wil er geen commune van maken. Dat woord voelt ‘vies’ aan. Maar een gemeenschap die samen bouwt aan het ideaal om zelfvoorzienend te zijn, met mensen van verschillende pluimage, die elkaar kunnen steunen, bijstaan bij klusjes, helpen in nood; dat leek me nog helemaal niet zo’n gek idee. Tenslotte was een ieder die ik vertelde van mijn plannen enthousiast. ‘Doe mij ook zo’n plek’, kreeg ik van menigeen te horen. Stiekem gaf ik ze allemaal een plekje in mijn eigen Utopia.
Maar: eerlijk is eerlijk. Soms hoorde ik ook: ‘Succes met het vinden van zoiets moois’. Dat laatste klonk een beetje als ‘ik denk niet dat het je gaat lukken’. Maar dan kenden ze mij nog niet. Ik ben niet voor een gat te vangen.

Overlast van de boer
Navraag leerde dat dit erf ‘was gekocht puur om te voorkomen dat een boer hier weer zou kunnen gaan boeren’. Dat zou overlast kunnen geven voor de toekomstige bewoners van belendende percelen. Daarom had de combinatie van bouwbedrijven en ontwikkelaars – die hier alle landbouwgrond had opgekocht voor woningbouw – ook dit stukje ‘el dorado’ gekocht. Voor vier ton. Maar plannen hadden ze er niet mee, zo viel te lezen in een eerder krantenbericht. Mooi! Want ik zag het wel zitten dit perceel te kopen en het in zes stukken te verdelen. Als dan een ieder 80.000 euro betaalde, konden wij ‘gratis’ een perceeltje pakken. En die monumentale boerderij? Dat kon mooi onze gemeenschappelijke ruimte worden. Misschien onze eigen boerderijwinkel voor als we meer dan zelfvoorzienend konden produceren? Leek me geen slechte deal, toch?

Natuurlijk pakte het anders uit. De bouwcombinatie had ineens wél ontwikkelingsplannen. Voor een vooruitstrevend duurzaam idee van mij was geen ruimte. Helaas. Hun goed recht, geen kwaad woord daarover, maar ik baalde ervan. Opnieuw geschoten en weer was het mis. ‘Als je je vraag maar vaak genoeg met het universum deelt, dan komt er vanzelf iets op je pad’, merkte iemand op. Het was precies de positieve insteek die ik nodig had. Op naar het volgende idee!

Lees verder in mijn derde blog
Land is expensive
By Alex de Jong
Land is expensive in our densely populated little country. Very expensive. Especially building land. But of course I mainly need agricultural land. After all, I just want a vegetable garden and some chickens. Maybe a few geese and maybe even a cow, but that’s it. Yes, and a small house for the two of us. That doesn’t have to cost that much, does it? “Maybe you should look for a small farm nearby,” said a few people I told about my plans. So I went looking.
Just outside Kampen I found a beautiful place; surrounded by trees, so already nicely shielded. Right along the road towards Wezep, just before the fruit grower. In the yard of approximately six to seven thousand square meters is a dilapidated farmhouse with various outbuildings.
Long grass
I went there on a sunny Sunday afternoon by bike, ignored the no entry signs, pushed the gate slightly aside and walked across the overgrown yard. At the time, the farm was dilapidated, but it had not yet burned down, as was the fact six months later. I took pictures, stumbled over the area where the long grass grabbed my feet, and tried to imagine how I could make several plots of a thousand square meters here, so several people could find a place here.
Self-sufficient place
Finally, one thing had already become clear to me: my plan for a self-sufficient place could become more feasible if several families/couples wanted to participate. So I imagined that everyone has their own house (chalet?), their own piece of land for their own animals and vegetables, but that we could share other things together. There should also be a shed with one or two washing machines. Because why would we all want our own washing machine when you can also share it? I also envisioned how we could have various (power)tools in that shed. For and from everyone. As a community.
No commune!
No, I don’t want to make it a commune. That word feels dirty. But a community that builds together towards the ideal of self-sufficiency, with people of different backgrounds, who can support each other, assist with chores, help each other in times of need; I didn’t think that was such a crazy idea at all. After all, everyone I told about my plans was enthusiastic. “Find me a place like that, too”, I was told by many. I secretly gave them all a place in my own Utopia.
But: fair is fair. I also heard: ‘Good luck finding something so beautiful’. This remark sounded a bit like “I don’t think you’re going to succeed.” But then they didn’t know me yet. I never back down that easy.
The farmer being a nuisance
Inquiries showed that this property was ‘bought purely to prevent a farmer from farming here again’. This could cause nuisance for the future residents of adjacent plots. That is why the combination of construction companies and developers – who had bought all the agricultural land here for housing – had also bought this piece of ‘el dorado’. For 400,000 euro’s. But they had no plans with it, according to an earlier newspaper report. Beautiful! Because I was interested in buying this lot and dividing it into six parts. If everyone paid 80,000 euros, we could grab a plot ‘for free’. And that monumental farm? That could be our common place. Maybe even our own farm shop for when we could produce more than the self-sufficient levels? Didn’t seem like a bad deal, did it?
Of course it turned out differently. The construction consortium suddenly had development plans after all. There was no room for a progressive sustainable idea like mine. Unfortunately. They had every right, of course, but I was disappointed. tried and failed again. “If you share your question with the universe often enough, it will come your way,” someone commented. It was exactly the positive angle I needed. On to the next idea!

Pingback:Blog 1: Op zoek naar vrijheid / Looking for freedom – Our Bulgarian Adventure